Symptomen hechtingsproblematiek 

Van de site: www.alshechtennietvanzelfgaat.nl

Ben jij ouder, pleegouder, adoptiefouder of professional en heb jij te maken met kwetsbare kinderen en snap je van sommige kinderen echt niet meer wat er nu aan de hand is?

In deze uitgebreide QuickScan heeft Esther Groenewegen alle symptomen van vroegkinderlijk trauma van de meest toonaangevende internationale trauma exeperts van over de hele wereld voor je verzameld. Hopelijk geeft deze QuickScan jou duidelijkheid in jouw zoektocht naar oplossingen voor jouw kind.

Symptomen bij baby’s en jonge kinderen

  • Gaan niet op onderzoek, geen exploratiegedrag.
  • Gebruiken huilen niet om aandacht te krijgen.
  • Worden niet rustig als het getroost wordt.
  • Zoeken geen troost bij pijn of verdriet.
  • Zijn overgevoelig voor aanraking, geluid en licht.
  • Kunnen niet goed vasthouden aan de verzorger.
  • Reiken niet naar de verzorger met armpjes.
  • Hebben geen gezonde angst voor vreemden.
  • Laten geen interesse zien in anderen.
  • Lachen niet terug of reageert niet op interactie.
  • Maken geen baby geluidjes.
  • Geen uitgesproken gezichtsuitdrukkingen.
  • Stoppen niets in de mond.
  • Kunnen zichzelf moeilijk vermaken.
  • Gaan niet van schoot af om te kruipen.
  • Volgen geen bewegingen van anderen met ogen.
  • Hebben moeite met oogcontact.
  • Spelen niet met speeltjes.
  • Gewelddadige tekeningen maken.
  • Lijken knuffelen niet fijn te vinden, worden dan stijf.
  • Vaak alleen bij de ouders.
  • Doen zichzelf pijn, hoofd stoten aan bedje, zichzelf bijten, haren trekken.
  • Gaan ‘per ongeluk/expres’ op kleine insecten staan of trappen.


Symptomen bij kinderen en jongvolwassenen

  • Vinden het lastig om zichzelf tot rust te brengen.
  • Kunnen heel moeilijk hun emoties omschrijven.
  • Zeer negatief zelfbeeld, voelen zich vaak dom, hopeloos, waardeloos.
  • Hebben geen vertrouwen in zichzelf en in de mensen om zich heen.
  • Een onvermogen om emoties goed te reguleren. Zijn te boos, angstig, verdrietig of bevroren.
  • Fobieën, dwangmatig gedrag [bv veel handen wassen, overal aan ruiken].
  • Tics, Gilles de la Tourette.
  • Kunnen gezichtsuitdrukkingen niet goed interpreteren [uitlachen, toelachen].
  • Juiste gezichtsuitdrukkingen bij juiste situatie [lachen als iemand zich pijn heeft gedaan].
  • Geen verschil kunnen maken tussen een ernstige situatie en een niet- betekenisvolle situatie.
  • Zich gepest voelen door anderen terwijl het omgekeerde het geval is.
  • Voelen zichzelf niet onderdeel van een gezin of groep.
  • Voelen zich als individu tegen de rest van de wereld.
  • Sterk reageren op veranderingen of nieuwe situaties.
  • Slechte lichaamsverzorging, maar voor meisje wel vaak veel make-up.
  • Suïcidale uitingen & gedachten & poging.
  • Doen zichzelf pijn.
  • Angstige fantasieën.
  • Hyperalert.
  • Depressie.
  • Burn-out.


Lichaamsfuncties

  • Hebben disregulatie in lichaamsfuncties: afwijkende slaap-, poep/plas- en eetgewoontes.
  • Kunnen heel moeilijk hun lichaamsboodschappen herkennen [ik heb het koud, warm, dorst, honger, slaap].
  • Slaapproblemen: nachtmerries, slaapwandelen, gaan ‘s nachts spoken door huis.
  • Hormonale en neurotransmitter-disbalans in het lichaam: een teveel aan stresshormonen, zoals cortisol en adrenaline, en een tekort aan serotonine, oxytocine en dopamine.
  • Vermoeid, lege ogen, kringen onder de ogen, bleek gelaat.
  • Een over- of onderreactie op aanraking, geluid en licht.
  • Robotachtig gedrag en bewegingen.
  • Motorische achterstand: lopen, springen, rollen, schrijven, tekenen, handvaardigheid zijn ondermaats.
  • Hebben ook vaak last van asymmetrische, ongerichte, onvolledige of onderbroken bewegingen of gezichtsuitdrukkingen.
  • Kunnen natuurlijke afstand moeilijk bepalen. Staan vaak te dichtbij iets of iemand.
  • Extreem gevoelig voor bepaalde soorten kleding en labels in kleding.
  • Evenwichtsorgaan heel gevoelig, overgeven in de auto of attracties.
  • Expressieve taalstoornis, stotteren.
  • Eigenaardige manier van spreken.
  • Hoge pijngrens.
  • Bedplassen.


Vriendschappen

  • Geen of matige vriendschappen met leeftijdsgenootjes.
  • Grenzeloos in contact met leeftijdsgenootjes.
  • Geen vriendschappen op gelijkwaardig niveau.
  • Allemansvriend, ongeacht leeftijd of positie.
  • Weinig vaste relaties, vluchtige contacten. Wel makkelijk in eerste contact leggen, daarna gaat het mis.
  • Geen respect voor sociale/seksuele/persoonlijke grenzen van een ander.
  • Sluiten zich aan bij de verkeerde groepen mensen; gangs, voetbalhooligans, loverboys, drugsscenes.
  • Lastig voor de ouders
  • Aantrekken en afstoten in contact met ouders.
  • Geen oogcontact met ouders.
  • Twee gezichten.
  • ‘Allemansvriend’ gedrag.
  • Ouders lichamelijk afwijzen.
  • Ouders lijken vijandig en boos, zien het niet meer zitten.
  • Onwillekeurig affectief contact naar vreemden.
  • Overdreven veel en lang oogcontact met vreemden
  • Dwangmatig gedrag, willen dingen naar hun hand willen zetten.
  • Geen steun zoeken bij pijn of verdriet of iets niet snappen.
  • Manipuleren: het uitdagen, bespelen van gezinsleden en andere mensen in de omgeving.
  • Driehoeksverhoudingen uitlokken, mensen tegen elkaar uitspelen.
  • Moeite met intiem contact, te vrijpostig of te afgesloten.
  • Moeite met het ontvangen en geven van affectie.
  • Zijn niet ‘synchroon’ met hun omgeving, ‘lopen uit de pas’.
  • Kalenderleeftijd, emotionele leeftijd en mentale leeftijd verschillen van elkaar.
  • Oppervlakkig, overdreven, sympathiek, innemend, ongeremd en charmant naar vreemden.
  • Dieren pijn doen of doden.
  • ‘Crazy lying’ & liegen.
  • Stelen, kleptomanie.
  • Lichamelijk agressief.
  • Verbaal agressief, schelden, schreeuwen.
  • Stiekem gedrag.
  • Afwijkende drink- en eetpatronen.
  • Ongepast veeleisend, grenzeloze behoefte aan aandacht.
  • Zwaan Kleef Aan.
  • Valse beschuldigingen over lichamelijk of seksueel misbruik.
  • Moeite met gezag.
  • Geen respect voor grenzen en gezag.
  • Contant onzinnige vragen stellen & geklets.
  • Moeite met impulscontrole, vaak met hyperactief gedrag.
  • Moeite met oorzaak-gevolg denken.
  • Geen goed ontwikkeld empathisch en mentaliserend vermogen.
  • Gebrek aan goed ontwikkeld geweten.
  • Vinder gedrag.
  • Zoeken geen troost, hulp of steun bij pijn of ziekte.
  • Lezen non-verbale aanwijzingen niet, of reageren daar averechts op.
  • Kunnen gezichtsuitdrukkingen niet goed interpreteren.
  • Kunnen andermans ruimte niet goed voelen, staan te dichtbij anderen.
  • Hebben een abnormale manier van praten, babbelen soms maar door met nonsens vraagstellingen.
  • Verzinnen eigen regels in sociale spelletjes.
  • Materialistisch ingesteld.
  • Verzamelen spullen waar zij daarna niets mee doen.
  • Nastreven van primaire lusten [eten, drinken, snoepen, roken].
  • Gaan slecht om met geleende spullen.
  • Druk, onrustig, hyperactief, gespannen, nerveus.
  • Verzinnen onzinverhalen.
  • Stellen onzinvragen.
  • Zetten zichzelf neer als slachtoffer, nemen geen verantwoording voor hun gedrag.
  • Geven anderen overal de schuld van.
  • Eigenaardige eetgewoontes; verschillend eten mag elkaar niet aanraken, hamsteren, stelen, verstoppen, opslokken, steeds overgeven.
  • Clownesk of overdreven gedrag om aandacht te vragen.
  • Zijn zich niet bewust van hun rol in bepaalde situaties.
  • Hebben gedragspatronen ontwikkeld om zich te handhaven.
  • Stellen eisen en regels eindeloos ter discussie.
  • Willen dingen naar hun hand zetten, halen daar alles voor uit de kast.
  • Snel boos en verongelijkt, vinden aanval de beste verdediging.
  • Geringe motivatie, leven van moment naar moment.
  • Proberen onder klusjes uit te komen, voelen daarin geen verantwoording naar ouders.
  • Lijken geen spijt te hebben als zij anderen pijn hebben gedaan.
  • Doen vaak stoer, ook als ze eigenlijk heel bang zijn.
  • Geven anderen de schuld van dingen die zij zelf gedaan hebben.

Lastig voor omgeving

  • Een overmatige fascinatie voor negatieve prikkels of herkennen gevaar niet. Hebben niet het onderbuikgevoel van gevaar versus veiligheid.
  • Fascinatie voor vuur en vernietiging.
  • Fascinatie voor bloed, wonden en andere ‘viezigheid’.
  • Fascinatie voor porno of seks.
  • Neigen naar prikkelzoekend gedrag; roken, drinken, drugs, medicijnen, vandalisme, social media, gamen.
  • Obsessie voor geweld in video’s, tv, games, tekeningen, muziek.
  • Lage zelfredzaamheid, gaan vaak op zoek naar prikkelverhogende situaties, personen of omstandigheden.
  • Destructief naar zichzelf, anderen en materie.

 

Lastig voor leerkrachten & school

  • Hebben slechte concentratie, worden makkelijk afgeleid.
  • Geen goed ontwikkeld tijds-, dag- en seizoensbesef.
  • Lijken weinig belangstelling te hebben voor school, de wereld en de toekomst.
  • Informatie beklijft niet, vinden het lastig om iets te leren.
  • Vinden het lastig om doelgericht bezig te zijn.
  • Twee gezichten, ‘op school een engel & thuis een bengel’ of andersom.
  • Driehoeksverhoudingen uitlokken, mensen tegen elkaar uitspelen.
  • Lijken constant in conflict met leerkrachten en andere autoriteiten.
  • Problemen met doorzien van oorzaak & gevolg.
  • Slecht ontwikkeld mentaliserend vermogen.
  • Slecht ontwikkeld empathisch vermogen.
  • Emotionele leeftijd lager dan kalenderleeftijd.
  • Hebben gebrek aan gewetensvorming, ze voelen dit niet of niet goed aan.
  • Denken dat ze onopgemerkt zijn als de leerkracht naar iemand anders kijkt.
  • Falen vaak bij taakjes.
  • Kunnen geen onderscheid maken tussen hoog/laag, groot/klein, minder/meer.
  • Hebben problemen met het begrijpen van grammatica, inzicht-vragen.
  • Zoeken geen steun bij pijn of verdriet of iets niet snappen.
  • Licht verstandelijke beperking.
  • Dyslexie, dyscalculie.

Een aanvullende QuickScan bij hechtingproblemen:
Veel kinderen met hechtingsproblemen gaan jou uittesten met de volgende uitdagingen:

  • Kan ik je onderbreken?
  • Kan ik het voor elkaar krijgen dat jij jezelf gaat herhalen?
  • Kan ik het voor elkaar krijgen dat je mijn leugens gaat geloven?
  • Kan ik iets van je stelen en er mee weg komen?
  • Kan ik jongere kinderen of dieren pijn doen en daarmee weg komen?

Herken je veel van deze symptomen in jezelf, je leerling of je kind? Of zou je na het lezen van deze QuickScan meer willen weten over vroegkinderlijk trauma en hechtingsproblemen?

Ga dan naar www.alshechtennietvanzelfgaat.nl, neem contact met mij op of meld je aan voor de nieuwsbrief, zodat ik je op de hoogte kan houden van alle nieuwe updates, blogs, artikelen, trainingen en nog veel meer.

‘Een veilige hechting is een verlangen om goed te zijn naar ouders toe.’

Hoe gedraagt een veilig gehecht kind zich?

  • Kijkt op naar de ouders.
  • Wil aandacht geven aan de ouders.
  • Luistert naar de ouders.
  • Neemt aanwijzingen aan van de ouders.
  • Neemt dingen van de ouders over.
  • Schikt zich naar de ouders.
  • Is trouw aan de ouders.
  • Kiest de kant van de ouders.
  • Wil in de gunst komen bij de ouders.
  • Wil voldoen aan de verwachtingen van de ouders. Probeert de ouders te behagen.
  • Neemt waarden over van de ouders.
  • Deelt geheimen of problemen met de ouders.